Voor mensen met chronische aandoeningen kunnen (groeps)trainingen onder deskundige begeleiding positieve effecten hebben op het verloop van bepaalde aandoeningen en/of op de kwaliteit van leven. Veranderingen in de inzichten van het chronisch ziek zijn en van trainingseffecten bij deze groep zorgen ervoor dat bij deze mensen bewegen een veel grotere waarde in het fundament van het bestaan krijgt. Hierdoor kan het gevoel van gelukkig zijn, de bewegingsvrijheid en de gezondheid van deze mensen toenemen.

(Groeps)trainingen

Regelmatig bewegen

heeft een gunstig effect op de algemene gezondheidstoestand. Lichaamsbeweging verlaagt de kans op hart- en vaatziekten, osteoporose, diabetes mellitis (type2), dikke darmkanker, angst en depressie. Lichamelijke activiteit kan een gunstig effect hebben op bloeddruk, lichaamsgewicht en het profiel van vetten in het bloed. Het is echter gebleken dat een te klein deel van de Nederlandse bevolking voldoende lichamelijk actief is.

De Nederlandse beweegnorm?

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) is in 2017aangepast. De norm verschilt per leeftijdsgroep en is vastgesteld op minimaal 5 dagen in de week 30 minuten matig intensief bewegen. Deze 30 minuten mogen in verschillende blokken uitgevoerd worden (bijvoorbeeld 3 x 10 minuten per dag ). Daarnaast 2x in de week spier- en botversterkende activiteiten ( voor ouderen inclusief balansoefeningen) en zitten beperken

https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpublication/samenvatting_beweegrichtlijnen_2017_1.pdf

De NNGB per leeftijdsgroep:
1) Jeugd (onder de 18 jaar): dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie) en 3x per week spier - en botversterkende activiteiten 
2) Volwassenen (18-55 jaar): een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
3) 55-plussers: een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
Voor niet-actieven, zonder of met lichamelijke beperkingen, is elke extra hoeveelheid lichaamsbeweging meegenomen.

voor alle leeftijdsgroepen geldt het zitten beperken

Matig intensief Bewegen

Wat houdt "matig intensief bewegen" eigenlijk in? Deze vage omschrijving wordt duidelijk als we uitgaan van ons energieverbruik in rust. In rust, bijvoorbeeld tijdens zitten of liggen gebruiken we natuurlijk ook energie. De hoeveelheid energie is afhankelijk van ons gewicht. Het totale energieverbruik in rust is dus voor iedereen verschillend! Dat totale, individuele energieverbruik in rust heeft een naam: MET. MET is een afkorting voor Metabolic equivalent en is een maat voor stofwisselingsprocessen. Onze MET-waarde in rust is 1. Een MET-waarde van 2 geeft dus aan, dat u 2 maal de energie verbruikt die u normaal tijdens rust nodig hebt. Nu we weten wat we in rust gebruiken, kunnen we ook de term "matig intensief" omschrijven.

Voor jeugd             geldt een MET-norm van 5 (fietsen 10-12km/u) tot 8 (rennen).
Voor volwassenen geldt een MET-norm van 4 (wandelen    5km/u) tot 6.5 (fietsen 16km/u).
Voor 55-plussers   geldt een MET-norm van 3 (wandelen    4km/u) tot 5 (fietsen 10-12km/u).
 

Zie voor een indruk van activiteiten met bijbehorende MET-waarden de tabel.

ACTIVITEIT

MET-waarde

Rust (liggen, zitten, ontspannen staan, eten, spreken)

1,0

Autorijden, piano spelen, computeren, typen

2,0

Wandelen 4 km/uur

3,0

Wandelen 5 km/uur

4,0

Fietsen 10-12 km/uur

5,0

Fietsen 16 km/uur

6,5

Zwemmen (crawl) 1 km/uur

5,0

Zwemmen (crawl) 3 km/uur

20,0

Rennen/joggen

8,0

Matig intensief bewegen varieert dus met de leeftijd. Ook is het van belang om zoveel mogelijk spieren daarbij te gebruiken. Vanuit gezondheidsoogpunt is zodoende de meeste winst te behalen.

De Fit norm

Circa 24 procent van de Nederlanders beweegt drie maal per week gedurende 20 minuten intensief (fit norm). Mannen voldoen vaker aan de fit norm (27 procent) dan vrouwen (21 procent). Met het vorderen van de leeftijd daalt het percentage mensen dat aan de fit norm voldoet en stijgt het percentage mensen dat niet intensief beweegt. Hoogopgeleiden voldoen vaker aan de fit norm dan laagopgeleiden.

Mensen met een chronische aandoening

Hierbij is het aantal wat niet aan de norm voor bewegen voldoet nog groter, terwijl deze groep mensen een groter gezondheidsrisico loopt. In 2000 is geschat dat 7000 mensen stierven als gevolg van inactiviteit. In 2004 voldeed 50% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder niet aan de NNGB. Inmiddels zijn de beleidsdoelstellingen van VWS ten aanzien van het halen van de beweegnormen aangescherpt. VWS streeft er nu naar dat 65% van de Nederlandse bevolking in 2010 voldoet aan de combinorm (in de nota Tijd en Sport). In de afgelopen jaren is er wel een toename van het aantal mensen dat aan gezond bewegen doet. Voor chronisch zieken is dit aantal nog te weinig.

Het stimuleren van mensen die onvoldoende actief zijn kan een belangrijke bijdrage leveren aan de volksgezondheid; een systematische aanpak is echter wel noodzakelijk. Alle deskundigheid op het gebied van bewegen moet op de meest effectieve manier worden ingezet. De fysiotherapeut kan hierin een sleutelrol vervullen. Het beïnvloeden van beweeggedrag behoort immers bij uitstek tot het domein van de fysiotherapeut.

De rol van de fysiotherapeut

In de komende tijd zal preventief bewegen een belangrijke rol gaan spelen in de gezondheidszorg. De kracht van de fysiotherapeut ligt vooral in het aanbieden van een programma gericht op het structureel veranderen van het beweeggedrag van mensen. De fysiotherapeut onderscheidt zich doordat hij/zij gespecialiseerd is in het begeleiden van mensen met een verminderde belastbaarheid van het bewegingsapparaat, van chronisch zieken en ouderen. In een Intake kan de fysiotherapeut vaststellen welke mensen in aanmerking komen voor reguliere sport- en bewegingsactiviteiten, welke mensen aangepaste vormen van bewegen nodig hebben en voor welke mensen fysiotherapeutische begeleiding of therapie vereist is.

Het doel van (groeps)trainingen

  • Dit is het stimuleren van beweging bij een chronische aandoening. Elk programma richt zich op het ontwikkelen van een gezonde (actieve) leefstijl en verbeteren van functioneel bewegen.
  • Trainen van algemeen uithoudingsvermogen, functionele stabiliteit, spierkrachtuithouding, evenwicht en mobiliteit zijn belangrijke onderdelen van het programma.
  • Gezien de doelstelling van het programma wordt van de cliënt verwacht dat hij/zij bewegen ook in het dagelijks leven inpast, waardoor de beweeg- en trainingsdoelstellingen gehaald kunnen worden.
  • De intensiteit van het programma moet passend zijn; het terugkrijgen van plezier in bewegen heeft hoge prioriteit
  • Uitval moet vermeden worden, o.a. door het voorkomen van blessures en een appel op de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.

Wij bieden de volgende ( groeps)trainingen aan:

  • COPD
  • Hartrevalidatie (derde fase)
  • Arthrose
  • Aspecifieke lage rugklachten
  • Tijdens en na oncologische aandoeningen (curatief en paliatief)
  • Status na Total Knee / Total Hip prothese

Deze trainingen zijn op verwijzing van arts of medisch specialist of bedrijfsarts en hebben meestal een eerste fase waarbij 1 op 1 met de therapeut de voorwaarden om zelfstandig te kunnen bewegen geoefend wordt. Want zelfstandig en veilig kunnen bewegen is een must. Zeker als later de groepsfase begint. In de groepsfase worden de trainingsdoelen verder aangepast aan een ieder persoonlijk, waarbij algemeen uithoudingsvermogen, stabiliteit, gewrichtsmobiliteit, en spierkracht centraal staan. 

 

Privacy Policy